De NPS staat op vrijwel elk directiedashboard, en toch wordt hij verrassend vaak verkeerd berekend. Eén misverstand over wie meetelt, en je stuurt je hele team op het verkeerde getal.

Dit artikel laat zien hoe je NPS berekenen écht werkt: de formule, een rekenvoorbeeld, wat een goede score is, en waar de metric je in de steek laat. Geen ruis, wel het complete plaatje.

Wil je weten hoe NPS zich verhoudt tot CSAT en CES? Dat lees je in NPS, CSAT en CES; hier draait alles om de berekening.

Kort antwoord

NPS berekenen doe je met één formule: het percentage promoters min het percentage detractors. Promoters geven een 9 of 10, passives een 7 of 8 (die tellen niet mee), en detractors een 0 tot en met 6. De uitkomst loopt van −100 tot +100. Geven 45% van je klanten een 9 of 10 en 20% een 6 of lager, dan is je NPS 45 − 20 = +25. Boven 0 is doorgaans goed; 50 of hoger is uitstekend.

Wat NPS is en waar het vandaan komt

DefinitieDe Net Promoter Score (NPS) is een loyaliteitsmaat op basis van één vraag: "Hoe waarschijnlijk is het dat je ons aanbeveelt?", beantwoord op een schaal van 0 tot 10. De score is het percentage promoters min het percentage detractors, en loopt van −100 tot +100.

De NPS werd in 2003 geïntroduceerd door Fred Reichheld in een beroemd Harvard Business Review-artikel, en is sindsdien doorontwikkeld door Bain & Company tot een compleet systeem. Het idee: de aanbeveelvraag voorspelt groei beter dan een gewone tevredenheidsvraag, omdat iemand aanbevelen meer op het spel zet dan zeggen dat je tevreden bent.

Zo ga je NPS berekenen

De berekening verdeelt je respondenten in drie groepen op basis van hun cijfer:

De formuleNPS = % promoters − % detractors. Passives laat je bewust buiten de som; ze hebben een vrijwel neutraal effect op groei.

Let op één veelgemaakte fout: het is geen gemiddelde. Je telt niet alle cijfers op om er een gemiddelde van te maken, dan krijg je een heel ander, betekenisloos getal. Je werkt met percentages van twee groepen.

"Hoe waarschijnlijk beveel je ons aan?", schaal 0 tot 10012345678910Detractors (0–6)Passives (7–8)Promoters (9–10)NPS = % promoters − % detractorspassives tellen niet mee · uitkomst van −100 tot +100
NPS berekenen: de schaal 0–10 verdeeld in detractors, passives en promoters, plus de formule.

NPS berekenen met een voorbeeld

Een concreet rekenvoorbeeld maakt het klaar als een klontje. Stel: 200 klanten vullen je enquête in. Daarvan geven 90 mensen een 9 of 10 (promoters), 70 een 7 of 8 (passives) en 40 een 0 tot en met 6 (detractors).

Eerst de percentages: 90 van 200 = 45% promoters, en 40 van 200 = 20% detractors. Dan de formule: 45 − 20 = +25. De 70 passives reken je niet mee. Je NPS is dus +25, in veel sectoren een solide resultaat. Wat het getal je níet vertelt, is waaróm die 40 klanten ontevreden waren; daarvoor heb je de open toelichting nodig.

Wat is een goede NPS-score?

Een veelgestelde vervolgvraag. Bain & Company, de bedenkers, hanteren een ruwe vuistregel: alles boven 0 betekent dat je meer promoters dan detractors hebt, een score van 50 of hoger is uitstekend, en 70 of hoger is wereldklasse. Maar één universele norm bestaat niet.

De context bepaalt alles. B2C-bedrijven scoren gemiddeld zo'n 11 punten hoger dan B2B, en sommige sectoren zoals verzekeraars zitten structureel hoog terwijl andere laag zitten. Vergelijk je score daarom met je eigen branche, niet met een algemeen gemiddelde. CX-platforms en jaarlijkse benchmarkrapporten publiceren actuele cijfers per sector, gebruik die als ijkpunt, niet als doel op zich.

De valkuilen van NPS

NPS is populair om goede redenen, maar het is geen wondermiddel. Drie kanttekeningen horen erbij. Ten eerste: de score zegt wáár je staat, niet waarom, zonder een open toelichtingsvraag weet je niet wat je moet repareren.

Ten tweede: bij kleine aantallen is de score volatiel. Verschuift één klant van detractor naar promoter, dan springt je NPS soms tien punten. Ten derde is er wetenschappelijke kritiek: onderzoekers als Keiningham toonden aan dat NPS groei niet beter voorspelt dan andere loyaliteitsmetingen. De les is niet "stop met NPS", maar: gebruik hem als één signaal naast andere, en koppel er altijd de vervolgvraag aan vast. Reichheld zelf bepleit een gesloten feedbacklus: bel detractors terug en leer van ze.

Relationele versus transactionele NPS

Er bestaan twee manieren om NPS in te zetten, en het verschil bepaalt wat je ermee kunt sturen. Veel organisaties kennen alleen de eerste en missen daardoor de bruikbaarste informatie.

Relationele NPS meet de hele relatie: je vraagt klanten periodiek, los van een specifiek moment, hoe waarschijnlijk ze je aanbevelen. Dit geeft een strategisch beeld over de tijd, ideaal voor een vergelijking van kwartaal tot kwartaal. Transactionele NPS meet vlak na een specifiek contact, een aanvraag, een servicegesprek, en vertelt je wélk touchpoint promoters of detractors maakt. Dat tweede is operationeel goud: het wijst je direct naar de plek in de reis die het verschil maakt.

De grootste winst zit in de opvolging. Bain & Company benadrukt dat de vragen ná de score belangrijker zijn dan de score zelf, en bepleit een gesloten lus: bel detractors terug, leer de oorzaak, en herstel. Een score die op een dashboard blijft staan verandert niets; een score die een gesprek en een verbetering aanjaagt, wél. Daarom koppelt een goede CJE elke NPS-meting aan een vervolgvraag én aan een eigenaar die ermee aan de slag gaat.

Een laatste praktische waarschuwing gaat over de steekproef. Bij kleine aantallen respondenten is je NPS instabiel: één klant die van detractor naar promoter schuift, kan de score met tien punten laten springen. Trek dus geen harde conclusies uit een handvol reacties, en kijk liever naar de trend over meerdere metingen dan naar één momentopname. En onthoud dat NPS nooit alleen staat: combineer hem met CSAT voor tevredenheid per moment en met CES voor de moeite die een klant moest doen. Welke metric je wanneer pakt, hangt af van de vraag die je wilt beantwoorden, geen enkel cijfer vertelt in zijn eentje het hele verhaal.

NPS in de praktijk van een CJE

Een Customer Journey Expert gebruikt NPS slim: niet als één cijfer voor de hele organisatie, maar per fase van de reis, zodat je ziet wáár loyaliteit ontstaat of wegvloeit. Koppel je NPS aan een journey map en aan gedragsdata, en je verandert een directiecijfer in een stuurmiddel. Wil je begrijpen wanneer je beter CSAT of CES pakt, lees dan het verschil tussen NPS, CSAT en CES.

Deel: